Virginaal

                

Dit virginaal is gebouwd voor Niels-Jan van der Hoek naar een instrument van Andreas Ruckers uit 1643. Een virginaal in deze uitvoering heet een muselaar. Bij een muselaar zit het klavier altijd rechts. De snaren worden in het midden getrokken ofwel getokkeld. Dit geeft met name in de bas een sterke grondtoon. Bij een virginaal rusten beide kammen op de zangbodem. Omdat de snaren in het midden bespeeld worden, is het belangrijk de dokken net zo te maken als Ruckers dat deed. Dit houdt in dat aan beide zijden van de tong een viltje zit om de snaar te dempen wanneer de toets en ook de dok in ruststand staan.

De muselaar is 5 Antwerpse voet lang. De toonhoogte is een halve toon boven 440 hertz. De kast is van populieren, de zangbodem van fichte. Het klavier is van linde met been belegd. De boventoetsen zijn van ebben. De dokken zijn van peren en de kammen van beuken.



<-- Huispijporgel | --> Spinet