Huispijporgel voor de heer Freeman, Engeland 

Klik op de afbeelding voor een vergrotingKlik op de afbeelding voor een vergrotingKlik op de afbeelding voor een vergrotingKlik op de afbeelding voor een vergroting

Dispositie

Onder Klavier:
Holfluyt 8’ eiken
Fluyt 4’ eiken vanaf g’ metalen flespijpen
Nasat 3’ c-h eiken vanaf c’ metalen flespijpen
Octaeff 2’ C-H eiken vanaf c metalen pijpen
 
Boven Klavier:
Principael 8’ eiken laagste octaaf gecombineerd met de holfluyt 8’
 
Speelhulpen: pedaalkoppel naar I of II
  tremulant
  schuifkoppel voor de klavieren
 
De in renaissance stijl gebouwde kast is van eiken. De achterwand en het dak zijn van fichte.
Stemming: Bach Kellner
Toonhoogte: a 440

 

Geluidsopnamen:

Johann Ludwig Krebs (1713 - 1780) - Vom Himmel hoch da komm Ich her
Johann Sebastian Bach (1685 - 1750) - Wer nur der lieben Gott last walten
Johann Kuhnau (1660 - 1722) - Biblischer Sonate III Kon Hizkia

Huispijporgel 2

Klik op de afbeelding voor een vergroting Klik op de afbeelding voor een vergroting Klik op de afbeelding voor een vergroting Klik op de afbeelding voor een vergroting Klik op de afbeelding voor een vergroting Klik op de afbeelding voor een vergroting

Voor het ontwerp van dit orgel heb ik mij laten inspireren door de late 17e eeuw. Het front is gebaseerd op een aantal zuidelijke rugwerkkassen zoals het rugwerk van het orgel in Cuyk en het rugwerk van het orgel in de Waalse kerk te Amsterdam. De kas is van fijnjarig Slavonisch eiken gemaakt. De afmetingen en verhoudingen zijn volgens de barokke regels geïnspireerd, zoals enkele van de geometrische reeksen, gulden snede en wortel 2. Met dit orgel wilde ik een studieorgel realiseren dat er mooi zou uitzien, met een milde en warme klank.

De afmetingen van de kas zijn:
hoogte: 2450 mm
breedte: 1145 mm
diepte: 525 mm

De balg is als spaanbalg uitgevoerd en ligt in de onderkast. De windmotor is onder de balg geplaatst. Het orgel heeft een gecombineerde lade met aan de voor- en achterzijde een kleppenkast. De lade is uitgevoerd in een piramidale opstelling. Hierbij staan de grootste pijpen op de lade in het midden. De ondertoetsen zijn belegd met buxus. De boventoetsen zijn van ebben.

Dispositie

Onderklavier:"
Holfluyt 8’ geheel van eiken De grootste zeven pijpen zijn afgevoerd naar de onderkas
Fluyt 4’ baskant eiken met doorboorde stoppen, diskant flespijpen van orgelmetaal met een hoog loodgehalte
Nasard 3’ baskant van eiken met doorboorde stoppen, diskant conisch van orgelmetaal met een hoog loodgehalte
Cromhorn 8’ bekers van peren en messing kelen
 
 
Bovenklavier:
Principael 8’ vanaf f klein. Eiken met peren voorzijden
Roerfluyt 8’ groot octaaf gecombineerd met de holfluyt 8’ eiken met doorboorde stoppen
Praestant 4’ C-A van eiken. B-h1 in het front en de rest op de lade
Octaeff 2’ groot octaaf van eiken en de rest van orgelmetaal met een hoog loodgehalte
 
Klavieromvang:  C,D-c3
Pedaalomvang: C,D-d1
Pedaalkoppel naar I of II
Tremulant op beide klavieren
Stemming: middentoon

Geluidsopnamen:

1. H. Scheidemann (1596-1663) - Praeambulum in d-moll
2. J.J. Froberger (1616-1667) - Canzona II in g-moll
3. J.J. Froberger (1616-1667) - Toccata V 'Da sonarsi alle Levatione' in d-moll


Huispijporgel 3

Klik op de afbeelding voor een vergrotingKlik op de afbeelding voor een vergroting

Dispositie:

1e klavier:
Holpijp 8’   geheel van eiken. De grootste vijf pijpen zijn afgevoerd naar de onderkas
Roerfluit 4’ bas eiken, diskant peren, vanaf fis doorgeboorde stoppen
Nasard 3’ diskant metaal
Kromhoorn   8’ koppen en bekers van peren, messing kelen en tongen
 
2e klavier:
Roerfluit 8’ eiken met ahornen labia, groot octaaf gecombineerd met de holpijp
Prestant 4’ grootste 5 gedekt van eiken, F t/m fis in het front en g t/m e’’’ op de lade
Octaaf 2’ C t/m c open houten pijpen cis t/m e’’’ metaal
 
Pedaal aangehangen
 
Speelhulpen:
Klavier koppel  I + II en II + I
Pedaalkoppel naar I of II
Tremulant opliggend
Stemming gemodificeerde middentoon stemming naar Stade